Kasteel Walewijn: WILL’S HOEKJE

Posted by
/ /

Elk jaar boeken wij rond onze trouwdag een minivakantie. Tijdens één van die vakanties verbleven wij op kasteel Geulzicht, een romantisch kasteelhotel. We hadden de torenkamer, een grote antiek ingerichte kamer met een hemelbed. Ik waande me een edelvrouw en verbeeldde me dat er ieder moment ridders en edelvrouwen in prachtige gewaden het kasteel zouden komen bevolken. Er waren maar een paar gasten in het hotel dus de kasteelheer had niet veel te doen en trakteerde ons op een rondleiding door het hotel waar elke kamer de naam van een beroemde graaf of baron droeg. Ook de martelkamer mochten we zien en later vertelde hij ons, onder het genot van een paar glaasjes wijn, (weet niet meer hoeveel) verhalen over graaf Walewijn die hier ooit kasteelheer was.Een beetje bibberig van de wijn en de enge verhalen zochten wij uiteindelijk onze kamer op, stapten in ons hemelbed en vielen vrijwel direct in slaap. Na een paar uur schrok ik wakker van een vreemd geluid: Oehoe…. oehoe klonk het. Trillend stapte ik mijn bed uit, liep naar de badkamer, deed de deur open en zag nog net een witte schim het openstaande raam uitvliegen. Was het de vitrage? Dat raam hadden we toch dicht gedaan? Ik keek naar buiten, niets te zien. Snel sloot ik het raam en ging weer naar bed en viel in een diepe slaap.

Anna stond op blote voeten, gekleed in een dun wit nachthemd in de bibliotheek van kasteel Geulzicht. Haar vader had haar verkocht aan graaf Walewijn. Ze had zich met hand en tand verzet maar het mocht niet baten. Ze moest alles achterlaten, alles wat ze nu nog bezat was haar nachtkleding. Ze stond te blauwbekken van de kou en de angst in de bibliotheek, in afwachting tot de graaf haar kwam halen. Eindelijk hoorde ze gerammel en voetstappen in de hal. De deur zwaaide open en daar kwam een angstaanjagende grote man met een woeste rode baard en een enorme bos haar de bibliotheek in gestapt. Zijn varkensoogjes namen haar van top tot teen op, ze voelde de afkeer en angst in zich opborrelen. Hij strekte zijn armen en wilde haar naar zich toetrekken, ze schreeuwde “Nee, nee, ik wil niet mee”, draaide zich om en rende de stenen wenteltrap naar de torenkamer op. De angst gaf haar vleugels en ze bleef rennen. Achter zich hoorde ze de dreunende voetstappen van de graaf. “Blijf staan” schreeuwde hij, Anna rende hijgend en puffend door. Boven gekomen rukte ze aan de deur van de torenkamer….o nee, hij zat op slot! Achter Anna kwam de graaf steeds dichterbij. In blinde paniek stak Anna haar vinger in het sleutelgat, er klonk een plof en Anna loste op in een rookpluim die door het sleutelgat de torenkamer in werd gezogen. De graaf schreeuwde moord en brand en liet de deur openbreken maar er was niemand in de torenkamer, het enige wat hij hoorde was Oehoe…oehoe…

En dat was ook wat ik hoorde toen ik wakker werd!